advies visienota parochiekerken

De Vlaamse Regering keurde op 16 juli 2021 de visienota ‘Beleidsmaatregelen voor de her- en nevenbestemming van parochiekerken in Vlaanderen’ goed. De raad ontving geen formele adviesvraag omtrent deze visienota. Met voorliggend advies, goedgekeurd op de raad van 17 november 2021, wenst SARO op eigen initiatief zijn strategische aandachtspunten te formuleren bij deze visienota.

De raad vindt het positief dat de Vlaamse Regering nieuwe beleidsmaatregelen voorstelt met het oog op de her- en nevenbestemming van parochiekerken. Tien jaar na het initiatief van minister Bourgeois is er effectief nood aan een nieuwe dynamiek, om op het terrein concrete stappen vooruit te zetten. De visienota maakt de terechte analyse dat het - ondanks eerdere overheidsinitiatieven - moeilijk blijft om concepten inzake her- en nevenbestemming effectief te realiseren.

De visienota heeft als titel: ‘Beleidsmaatregelen voor de her- en nevenbestemming van parochiekerken in Vlaanderen’. De raad ondersteunt de focus op her- en nevenbestemming maar wijst er daarnaast op dat valorisatie en medegebruik een volwaardige optie kunnen zijn. Naast her- en nevenbestemming (in de ruimte en in de tijd) moeten immers ook andere opties volwaardig aan bod komen. Elke gedragen invulling die het kerkgebouw een nieuwe maatschappelijke rol kan geven, zou ondersteund moeten worden. Aldus kan ook valorisatie of medegebruik een gedragen optie zijn.

In voorliggend advies formuleert de raad volgende strategische aandachtspunten ten aanzien van de visienota:

  • De raad ondersteunt de oprichting van het 'Programma Toekomst Parochiekerken' waarmee ingezet wordt op een geïntegreerde aanpak. Diverse elementen moeten evenwel nog in een latere fase ingevuld worden zoals de taakverdeling tussen de beide partners (VVSG en Parcum) alsook de samenstelling van de stuurgroep. Cruciaal is tevens het nog op te maken beleidsplan 'Programma Toekomst Parochiekerken' en dit voor wat betreft het verder uittekenen van de bestuurlijke aspecten én de beleidsmatige hoofdlijnen.
  • De visienota erkent dat de kerkenbeleidsplannen voor verbetering vatbaar zijn. Het is aldus positief dat de visienota ter zake inhoudelijke en procedurele wijzigingen aankondigt. De verruiming van de inhoud, de verplichte opmaak en actualisatie van een kerkenbeleidsplan alsook de mogelijkheid van gemeenteraden om in te grijpen op het meerjarenplan van de eredienstbesturen zouden moeten bijdragen aan de effectieve meerwaarde van het kerkenbeleidsplan voor een doelgericht onroerenderfgoedbeleid. Onduidelijk is hoe de verplichte opmaak van een kerkenbeleidsplan zich verhoudt tot de aangekondigde opmaak van een herbestemmingsprofiel voor elk kerkgebouw.
  • De raad vindt het positief dat de visienota bijkomende financiële instrumenten voorziet voor de ondersteuning van de her- en nevenbestemming van beschermde én niet-beschermde kerkgebouwen.
  • De visienota gaat ook kort in op het privaat initiatief als een zinvolle optie. De visienota pleit in dit kader voor dialoog en voor een richtkader van de katholieke overheid dat herbestemmingen op basis van een privaat initiatief faciliteert. Voor de raad is het de vraag of dit voldoende zal zijn om private initiatieven verder te faciliteren. SARO wijst op het belang dat binnen de lokale gemeenschap een gedragen proces tot herbestemming van de parochiekerk wordt opgestart. Het is aan de lokale gemeenschap om te waken over een waardige herbestemming van de parochiekerk.
  • De visienota kondigt aan dat voor elke kerk in Vlaanderen een herbestemmingsprofiel wordt opgemaakt. De raad heeft veel vragen bij de meerwaarde van het opmaken van een herbestemmingsprofiel voor alle parochiekerken in Vlaanderen. Het is onduidelijk wie deze herbestemmingsprofielen zal opmaken (externe opdracht) en vooral op welk niveau en binnen welke termijn dit gerealiseerd wordt. De visienota verduidelijkt ook niet hoe de opgebouwde expertise bij de diverse partners (o.a. Parcum) aangewend zal worden. Bovendien spelen er heel wat parameters mee bij het herbestemmen van een kerkgebouw, waardoor dit haast onmogelijk te bevatten is. Ten slotte wordt nergens toegelicht hoe het ‘herbestemmingsprofiel’ zich verhoudt tot het ‘kerkenbeleidsplan’.
  • De visienota gaat amper in op de noodzakelijke afstemming met het ruimtelijk beleid (o.a. afstemming tussen het kerkenbeleidsplan en het gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan. In dit kader wijst de raad ook op het belang van bovenlokale beleidsplanning.