advies wijzigingen onroerenderfgoeddecreet

SARO ontving op 23 november 2021 een adviesvraag van Matthias Diependaele, Vlaams minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed, over de wijzigingen aan het Onroerenderfgoeddecreet ter uitvoering van de visienota lokaal erfgoedbeleid en de toekenning van de beboetingsbevoegdheid aan de gewestelijke beboetingsentiteit.

De raad vindt het positief dat met het ontwerpdecreet de decretale basis wordt gelegd voor een versterkte samenwerking tussen het Vlaamse en het lokale beleidsniveau op het vlak van onroerend erfgoed. Het ontwerpdecreet creëert voor de lokale besturen extra mogelijkheden om een onroerenderfgoedbeleid te kunnen voeren.

In voorliggend advies formuleert de raad volgende strategische aandachtspunten bij het ontwerpdecreet tot wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet:

  • De raad ondersteunt het gevoerde proces inzake de totstandkoming van voorliggende wijzigingen aan het Onroerenderfgoeddecreet. Het is positief dat de visienota lokaal onroerenderfgoedbeleid het kader schetste voor de voorliggende wijzigingen. Aangezien diverse elementen van de visienota niet worden ingevuld met voorliggend ontwerpdecreet én aangezien de uitvoering van diverse maatregelen worden doorgeschoven naar het aangekondigde wijzigingsbesluit is het kader evenwel niet steeds eenduidig. 
  • De Vlaamse Regering wenst met het ontwerpdecreet een inhaalbeweging te realiseren inzake de oprichting van erkende onroerenderfgoedgemeenten. De raad vraagt om het ambitieniveau van de Vlaamse Regering inzake deze inhaalbeweging te verduidelijken. Het moet duidelijk zijn in hoeverre deze maatregel gericht is op alle lokale besturen of daarentegen enkel focust op de centrumsteden.
  • Het ontwerpdecreet zorgt voor een herschikking van de bevoegdheden inzake het vaststellen en aanvullen van de inventarissen onroerend erfgoed. Hierdoor ontstaat evenwel een zeer complexe verdeling van de bevoegdheden tussen het Vlaamse beleidsniveau en het lokale beleidsniveau. SARO heeft steeds gepleit voor een maximale integratie van de inventarissen. Dit advies wordt duidelijk niet gevolgd. Bovendien verschillen ook de vaststellingsprocedures alsook de rechtsgevolgen. Het is tevens onduidelijk in hoeverre de (Vlaamse) inventarissen nog de nodige houvast kunnen bieden om een afgewogen selectie te kunnen maken van het meest waardevolle en beschermenswaardig onroerend erfgoed op Vlaams niveau. 
  • SARO uitte reeds meermaals zijn bezorgdheid ten aanzien van het koppelen van rechtsgevolgen aan inventarissen. De beleidsnota onroerend erfgoed 2019-2024 kondigde een evaluatie aan van de rechtsgevolgen van inventarisvaststellingen in functie van ‘het bijsturen, herzien of afschaffen van het instrument van vaststelling’. Ondertussen is er een onderzoek gebeurd. SARO vindt het geen goede zaak dat het ontwerpdecreet inzake de resultaten van deze evaluatie geen duiding geeft en blijft inzetten op het koppelen van rechtsgevolgen aan de inventarissen onroerend erfgoed.