SARO ontving op 8 september 2023 een adviesvraag van minister Matthias Diependaele inzake het ontwerpbesluit over Vlaamse erfgoednetwerken.
SARO formuleert volgende strategische bemerkingen bij het ontwerpbesluit over Vlaamse Erfgoednetwerken:
De raad gaat eerst kort in op de totstandkoming van de regelgeving inzake Vlaamse erfgoednetwerken. De raad verwijst onder meer naar zijn kritisch advies van 21 juni 2023 ten aanzien van het ontwerpdecreet Vlaamse Erfgoednetwerken. Veel van de bemerkingen van de raad blijven nog steeds overeind. De raad stelt bovendien vast dat het voorliggend ontwerpbesluit vrij summier is en weinig verdere duiding geeft. Het ontwerpbesluit opteert er voor om de diverse modaliteiten inzake opbouw portfolio, financiering enz. door te schuiven naar de samenwerkingsovereenkomst die zal worden afgesloten tussen de Vlaamse Regering en het Vlaams Erfgoednetwerk.
De raad merkt op dat noch het decreet noch het voorliggend besluit enige bepalingen formuleert omtrent de erkenningsprocedure. De raad stelt wel vast dat met het ontwerpbesluit (artikel 2) de mogelijkheid wordt voorzien om de erkenning van Vlaamse Erfgoednetwerken voorwerp te maken van een oproep tot kandidatuurstelling. De raad dringt er op aan om verder te verduidelijken hoe deze ‘oproep tot erkenning’ zich verhoudt tot de decretaal voorziene erkenning van een Vlaams Erfgoednetwerk. De voorziene vijfjaarlijkse oproep is immers facultatief. Het is bovendien onduidelijk in hoeverre daarnaast de Vlaamse Regering een Vlaams Erfgoednetwerk kan erkennen indien de organisatie voldoet aan de decretale bepalingen.
Het ontwerpbesluit schuift alle concrete afspraken over de uitvoering van de opdracht en de financiering van een Vlaams Erfgoednetwerk door naar de samenwerkingsovereenkomst. Een samenwerkingsovereenkomst loopt voor vijf jaar. Het ontwerpbesluit laat open op welke manier de samenwerkingsovereenkomst kan worden vernieuwd. De raad wijst er op dat het duurzaam beheer en de financiering van de onroerenderfgoedlocaties in het portfolio een aanpak en visie op lange termijn veronderstellen, die veel verder gaat dan vijf jaar. Het is onduidelijk hoe hieromtrent de nodige continuïteit zal worden gewaarborgd. De raad vraagt om dit verder te duiden.
De raad stelt vast dat voorliggend ontwerpbesluit geen verdere bepalingen bevat inzake de verwachte samenstelling van het portfolio en ook niet over de afstemming tussen de diverse portfolio’s. Rapportering inzake de concrete samenstelling van het portfolio en de toelichting over de ontwikkeling, het beheer en de exploitatie van het portfolio is voorzien op het niveau van de individuele samenwerkingsovereenkomst. De raad vraagt ook om te verduidelijken waarom in artikel 3 van het ontwerpbesluit enkel sprake is van ‘beschermde Vlaamse erfgoedlocaties’ terwijl in het decreet de definitie van een portfolio veel ruimer is opgevat met name: ‘Vlaamse onroerenderfgoedlocaties, die ontwikkeld zijn of worden tot open erfgoed’.
Inzake financiering voorziet het ontwerpbesluit (artikel 5) in subsidies voor: 1° personeel en werking; 2° onderzoek, werken of diensten aan de beschermde Vlaamse onroerenderfgoed-locaties in het portfolio; en 3° verwerving van bijkomende beschermde Vlaamse onroerenderfgoedlocaties. De raad stelt vast dat noch het decreet noch voorliggend ontwerpbesluit verdere modaliteiten vastlegt inzake de subsidies voor een Vlaams Erfgoednetwerk. De subsidiëring zal volledig worden bepaald door wat afgesproken wordt in de individuele samenwerkingsovereenkomst tussen de Vlaamse Regering en het Vlaams Erfgoednetwerk. Tevens bepaalt het ontwerpbesluit (artikel 5) dat de Vlaamse Regering (eenzijdig) de afgesproken bedragen kan bijstellen. De raad wijst er op dat het duurzaam beheer en de financiering van de onroerenderfgoedlocaties in het portfolio een aanpak en visie op lange termijn veronderstellen. Het is onduidelijk hoe hieromtrent de nodige continuïteit zal worden gewaarborgd. De raad vraagt om dit verder te duiden.