SARO ontving op 29 november 2025 een adviesvraag van Vlaams minister Jo Brouns over de startnota bij het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Dwars lint Jan de Coomanstraat/Zandbergen' in Geraardsbergen/Ninove.
SARO formuleert een aantal bedenkingen en aandachtspunten bij de voorliggende startnota.
De raad stelt vast dat aan de opstart van het geïntegreerd planproces een uitgebreid voortraject is voorafgegaan. Het planinitiatief kadert binnen het project ‘Ruimte voor Water Dendervallei’ (voorheen: ‘Ruimte voor Water – samen werken aan een Dender in balans’), dat in 2017 in het kader van het T.OP Dender door De Vlaamse Waterweg nv, het Departement Omgeving en de Provincie Oost-Vlaanderen werd opgestart, met als doel oplossingen te ontwikkelen voor de overstromingsproblematiek en tegelijk de Dendervallei te versterken. Op 31 mei 2024 keurden de Vlaamse Regering en de Provincie Oost-Vlaanderen het ‘Strategisch Plan Ruimte voor Water Dendervallei’ (hierna: Strategisch Plan) en het eerste Uitvoeringsprogramma 2024-2026 goed. Het geplande gewestelijk RUP is daarin opgenomen als een sleutelproject.
De raad erkent dat de plandoelstellingen van het geplande gewestelijk RUP gericht zijn op de herbestemming van overstromingsgevoelige percelen in Zandbergen en op het realiseren van beschermingsmaatregelen en inrichtingen met het oog op meerwaardecreatie voor zowel de bebouwde als onbebouwde omgeving. Ze vormen tevens een doorvertaling van de ontwikkelingsvisie voor de Dendervallei en voor de omgeving van de Jan de Coomanstraat in het Strategisch Plan. De raad kan deze plandoelstellingen dan ook ondersteunen.
De raad neemt er akte van dat de startnota geen locatiealternatieven formuleert. Aangezien het geïntegreerd planproces verder bouwt op de resultaten en beleidskeuzes van het ‘Strategisch Plan Ruimte voor Water Dendervallei’, acht de raad het - met het oog op de juridische robuustheid van de startnota - wenselijk dat het in het kader van dit Strategisch Plan uitgevoerde alternatievenonderzoek en het weerhouden voorkeursalternatief met de opgave voor het studiegebied als bijlage bij de startnota worden gevoegd.
De raad vraagt tot slot aandacht voor de impact op milieu, natuur, landbouw en landschap en wijst op het belang van een volwaardige integratie van de milieueffectbeoordelingen in voorliggend ruimtelijk planproces. Specifiek wat natuur betreft, zal het plan-MER duidelijkheid moeten verschaffen over de mogelijke noodzaak tot compensatie van VEN-gebieden. Inzake landbouw geeft de startnota aan dat de mogelijkheden worden onderzocht om het omliggende agrarisch gebied rond de Molenbeek, deels gelegen binnen HAG, deels te herbestemmen tot natuurgebied. De raad vraagt dat er in dat kader aandacht is voor de compensatie van inname van HAG.