SARO ontving op 17 juni 2024 een adviesvraag van minister Zuhal Demir over het ontwerpbesluit houdende uitwerking van de modulaire omgevingsvergunningsprocedure (hierna: ‘ontwerpbesluit’), naar aanleiding van het decreet van 17 mei 2024 tot wijziging van de regelgeving betreffende de omgevingsvergunning wat betreft de invoering van een modulaire omgevingsvergunningsprocedure en het Omgevingsbesluit (hierna ‘decreet MOVP en OB’).
In zijn advies van 27 september 2023 over de invoering van een modulaire omgevingsvergunningsprocedure benadrukte de raad dat de totaliteit en de effectieve impact van de beoogde nieuwe regelgeving nog niet duidelijk waren. Dit had onder andere te maken met het feit dat het ontwerpdecreet MOVP en OB voor diverse bepalingen een delegatiebevoegdheid naar de Vlaamse Regering formuleerde, en dat latere uitvoeringsbesluiten meer duidelijkheid zouden moeten brengen. Het is positief dat hier met het voorliggend ontwerpbesluit werk van wordt gemaakt.
De raad merkt evenwel op dat de bijlagen bij het ontwerpbesluit ontbreken en dus niet voor advies voorliggen. Het betreft onder andere de bijlagen waarnaar wordt verwezen in de artikels 19, 121, 128, 129, 130 van het ontwerpbesluit. Er is derhalve nog steeds geen duidelijkheid over de totaliteit en uiteindelijke impact van de nieuwe regelgeving.
De raad formuleert volgende strategische bemerkingen bij het ontwerpbesluit:
- Wat betreft de totstandkoming van voorliggende regelgeving merkt de raad op dat de finale tekst van het decreet MOVP en OB nog tal van wijzigingen onderging ten opzichte van de ontwerpversie, waarover SARO op 27 september 2023 advies gaf. Heel wat van zijn strategische bemerkingen bij het ontwerpdecreet MOVP en OB, in bijzonder bij de bepalingen inzake het Omgevingsbesluit, blijven overeind.
- De raad stelt vast dat de inwerkingtreding van de nieuwe regelgeving (decreet en besluit) zeer complex is geregeld, en vraagt de inwerkingtredingsbepalingen in het ontwerpbesluit (art. 175) te vereenvoudigen. De raad wijst op de noodzaak van een gedegen afstemming met het regelgevend initiatief ‘Modernisering MER’. SARO vraagt verder te verduidelijken hoe beide regelgevende initiatieven op elkaar afgestemd worden.
- De raad benadrukt het belang van een gedegen voortraject met het oog op het vereenvoudigen, verbeteren en versnellen van de doorlooptijden van omgevingsaanvragen. De raad vraagt de opportuniteit te onderzoeken om het toepassingsgebied van de projectvergadering in bepaalde gevallen uit te breiden.
- De raad vraagt te verduidelijken wat het gevolg is voor de vergunningsprocedure indien er géén mededeling gebeurt van de resultaten van de MER-screening binnen de decretaal vastgestelde termijn van 30 dagen.
- SARO heeft een aantal bedenkingen bij de voorziene differentiatie in de behandeling van analoge versus digitale bezwaren, en de mogelijkheid tot het indienen van anonieme bezwaren. Daarnaast acht de raad het aangewezen om de huidige verplichte individuele kennisgeving voor de exploitatie van lijninfrastructuur te behouden.
- SARO onderschrijft de noodzaak van een kwaliteitsvolle advisering en een goede onderlinge afstemming van adviezen. De raad stelt zich kritische vragen ten opzichte van de inkorting van de adviestermijnen in het ontwerpbesluit voor vrijwel alle adviesinstanties. De raad vraagt tot slot aandacht voor een volwaardig advies van het adviserend schepencollege.