advies startnota RUP Leidingstraat Antwerpen-Ruhr (Geleen)

SARO ontving op 2 maart 2021 een adviesvraag van minister Zuhal Demir over de startnota van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Leidingstraat Antwerpen-Ruhr (Geleen)’. Het departement omgeving organiseerde op 24 maart 2021 een gezamenlijke toelichting bij de startnota voor de raadsleden van SARO, SERV, Minaraad en MORA. Met voorliggend advies, goedgekeurd door de raad op 28 april 2021, komt de raad tegemoet aan de vooropgestelde adviestermijn van zestig dagen.

De raad formuleert volgende strategische bedenkingen bij de voorliggende startnota van het GRUP ‘Leidingstraat Antwerpen-Ruhr (Geleen)’:

  • Een knelpunt betreft het ontbreken van een ruimtelijke structuurvisie inzake nuts- en pijpleidingen voor Vlaanderen. Doordat er nog geen goedgekeurd Beleidsplan Ruimte Vlaanderen is, vormt het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen van 1997 de juridische ruimtelijke grondslag voor het geplande gewestelijk RUP. De elementen die het RSV aanreikt voor voorliggend plan zijn evenwel zeer summier.
  • SARO dringt aan op een verdere duiding en onderbouwing van de beoogde doelstellingen van voorliggend planinitiatief. De startnota verduidelijkt dat de leidingstraat een strategische reservering voor ondergrondse leidingen van nationaal en internationaal belang betreft. De raad vraagt verder te verduidelijken wat wordt bedoeld met ‘een pijpleiding van nationaal belang’ en met ‘de gewenste strategische reserve’. De raad erkent het mogelijke belang van de economische potenties en de beoogde modal-shift en energie-transitie op Vlaams niveau, maar dringt aan op verdere onderbouwing van deze aspecten.
  • De raad heeft vragen bij de vertrechtering tot de drie voorliggende alternatieve tracés. De raad vraagt te verduidelijken welke criteria en wegingsfactoren werden gehanteerd en uiteindelijk hebben geleid tot de keuze voor de drie voorliggende tracés.
  • De raad vraagt aandacht voor de potentieel grote impact van het planinitiatief op natuur, milieu, landbouw en landschap; en dit voor de opeenvolgende aanlegfases.
  • Ten slotte wijst de raad op het belang van een goede afstemming van het voorliggend planinitiatief met andere lopende planningsprocessen. De raad vraagt de interferenties met andere lopende planningsprocessen transparant in kaart te brengen.